
Elke dag loop ik over de plaatselijke green met Basil. Elke dag parkeer ik mijn auto in dezelfde "lay-by" en lopen we hetzelfde rondje in dezelfde richting. Ik houd van routine. Basil houdt ook van routine. Elke dag verdwijnt hij in hetzelfde bosje op dezelfde plek. Elke dag blaft hij tegen dezelfde zwarte spaniel die achter een hek zit.
Wat elke dag echter anders is, is wie we op de green ontmoeten. Het is daar DE ontmoetingsplek voor honden en hun bezitters. We kennen daar inmiddels al heel wat honden en mensen. Dat is op zich het vermelden waard want normaliter kom je niet zo snel in contact met de Engelsen. Ze zijn nogal afstandelijk, zeer beleefd maar niet echt aardig. Je moet veel moeite doen om "vrienden" te maken (okee okee een x-aantal uitzonderingen daargelaten). In intermenselijk contact blinken de Engelsen niet bepaald uit. Dat je ook nog eens een "foreigner" bent maakt het er ook niet makkelijker op. Foreigners zijn anders, praten niet "proper english" en zullen nooit "one of us" worden. Engelsen weten nog net waar Ierland en Frankrijk liggen, maar dat Nederland aan de overkant van de Noordzee ligt is vaak nieuw voor ze. Nog steeds vragen mensen mij of ik met de kerst naar Germany ga, of ik het recept van die heerlijke Danish pancakes wil geven, en dat het weer in Holland (Scandinavia) vast veel en veel kouder is dan hier. Zoiets verwacht je van Amerikanen en Australiers, maardat de Engelsen zo onwetend zijn is nieuw voor me. Buiten het eiland is er blijkbaar niet veel anders.
Echter, als je een hond of iets anders op vier poten bij je hebt draait de hele situatie plotsklaps om. Engelsen zijn dol op alles met haren, veren of schubben. Doller op hun huisdieren dan op hun kinderen. Die worden bij voorkeur al op zo jong mogelijke leeftijd (8 jaar!!) naar boarding school (=kostschool) gestuurd. En als ze niet naar boarding school gaan, dan blijven ze in ieder geval zo lang mogelijk op school (Thijmen komt elke dag pas om zes uur uit school, Bex en Chiel om vier uur). Begrijp me niet verkeerd, natuurlijk houden de Engelsen van hun kinderen. Probleem is alleen dat kinderen geen zacht vachtje en geen vier poten hebben. En ze praten terug. Dieren daarentegen accepteren alles zonder te klagen. Het is een engels gezegde dat iemand die van dieren houdt, niet echt slecht kan zijn.
Kortom, met een hond maak je dus wel makkelijk contact. Op de green worden de honden bij de eerste snuffel aan elkaars achterkant formeel aan elkaar voorgesteld. "This is Harry, and this is...?" Je komt er nooit achter hoe de eigenaar van de desbetreffende hond heet, ook al loop je een uur met elkaar over de green en zie elkaar drie keer per week. Tot Basil's vaste vriendenkring behoren inmiddels Boris de onstuimige boxer, Roley de cockerpoo die al sinds september met een jasje aanloopt, en Bonnie de bombshell (een prachtig Golden Retriever teefje voor wie Basil de hots heeft). Inmiddels heeft Basil al een playdate bij Bonnie thuis gehad en heb ik met Boris' baasje koffie gedronken. Geen idee hoe ze heten, we zijn nooit door de honden aan elkaar voorgesteld.
Ik las pas ergens dat een van de redenen waarom Engelsen de rest van de wereld niet echt vertrouwen is dat "foreigners just don't understand about animals".